INTERVIEW
Door Emile Jeuniaux
Het grasplein vlak voor mijn huis vult zich weer met spelende kinderen en hun ouders. Vincent en Sofie Dewitte zetten daar jaarlijks met de buurtvereniging een buurtfeest op poten. Ik nodig het koppel uit voor een zondagochtendkoffie bij mij thuis. Ons gesprek gaat van buurtgevoel en mensen samenbrengen naar de subsidies en administratie die dat mogelijk maken. “Achteraf gezien was geen enkele moeite ons te veel.”
Ik woon al ruim twintig jaar in Sint-Denijs-Westrem, een welgestelde deelgemeente van Gent bekend om haar buitenwijken. Mijn ‘straat’ is eigenlijk een plein met één autoweg die ernaartoe leidt. Als je er niet moet zijn, kom je er nooit langs. Een rustig plein met een hoge gemiddelde leeftijd, waar de grootste drukte voornamelijk van de nabijgelegen treinsporen kwam. Dit was de indruk die ik van de wijk had toen ik hier kwam wonen: elk huis zijn eigen eiland.
Dat veranderde negen jaar geleden, toen familie Dewitte het huis naast ons kocht en verbouwde. Een jong gezin met twee kinderen, in een vergelijkbare situatie als mijn ouders twintig jaar geleden. Plots hadden we luidruchtige buren. Vincent (42) is kinesitherapeut met een eigen praktijk. Hij geeft les en doet onderzoek aan de Universiteit Gent. Sofie (39) is psychopedagoog en werkt als burn-outcoach en HR-medewerker op een school voor kinderen en jongeren met een beperking. Samen met enkele andere koppels in de wijk, namen zij twee jaar geleden het initiatief om de buurt samen te brengen op het grasplein. Het werd een buurtfeest waar jong én oud zich welkom voelden.
Waar kwam het initiële idee vandaan om een buurtfeest te organiseren?
Sofie: “Awel, het initiatief bestond al. Er bestond een paar straten verderop een speelstraat die door een ander koppel getrokken werd, maar hun kinderen waren te oud geworden. Drie jaar geleden kwamen zij daarom naar ons toe met de vraag: ‘Neem het van ons over, alstublieft!’ Het plein nodigt uit tot een feest en we hadden het gevoel dat we weinig mensen kenden in de straat. Verder vinden wij het tof dat onze kinderen hier naar buiten gaan om een balleke te trappen. Zij zijn op zoek naar contacten in de buurt omdat ze in Gent naar school gaan.”
Vincent: valt bij. “Ik denk dat het dát vooral is, hé.”
Sofie: “We wilden niet zozeer een speelstraat organiseren, ook al heet het zo omdat je daar nu eenmaal subsidies voor krijgt, maar vooral een evenement om mensen naar buiten te krijgen en een babbelke met elkaar te laten doen. We wilden jong en oud samenbrengen. Dat idee is gebleven en dat blijkt te werken.”
Jullie namen het initiatief over. Kregen jullie mensen mee?
Sofie: “Je mag het pas organiseren als je voldoende toestemming krijgt van de mensen in de straat. Wij moesten minstens zes goedkeuringen krijgen om het voor twee jaar te laten doorgaan. Het derde jaar zullen we opnieuw moeten rondgaan om toestemming te vragen. Dat vind ik het minst leuke gedeelte, de administratie...”
Vincent: “Gelukkig waren twee andere gezinnen ook voortrekkers. Dat is nodig om zo’n evenement duurzaam te blijven organiseren, want ik zou dat engagement niet aangaan als ik weet dat de voorbereiding niet lukt.”
Sofie: “Op dat vlak heb je ook al verbinding. Je gaat dan op zoek naar andere jonge, gelijkgezinde gezinnen om dat te organiseren. Als je al een buddy hebt die helpt bij de voorbereiding, gaat het gemakkelijker.”
Vincent bakt pannenkoeken op het buurtfeest.
Verdelen jullie het werk?
Vincent: “Ja, je wilt gedeelde verantwoordelijkheid.”
Sofie: “Maar je moet het ook niet groter maken dan het is.”
Vincent: “Nee, maar als je niet het minimum doet, zoals wafels bakken of tafels zetten, dan is er ook geen buurtfeest. Als je het een beetje wilt aankleden en gezelligheid wilt creëren, is het meer werk.”
Kregen jullie wel eens tegenstand?
Sofie: “Tegenstand niet, maar we hebben wel bewust rekening gehouden met de uren. De straat is van twee tot acht afgezet. Na acht uur wilden we geen luide muziek of zatte mensen. Voor wie hinder zou ondervinden is het dan duidelijk afgebakend. Als er dan nog tegenstand zou zijn, weten die mensen op zijn minst dat het maar voor één dag is.”
Vincent: “Als er weerstand is, komt dat vooral uit onwetendheid. Mensen moeten weten dat het niet de bedoeling is dat hier een festival plaatsvindt.”
Sofie: “De oudere mensen hebben we gericht aangesproken. De eerste keer hebben we het bewust ‘buurtaperitief’ genoemd, om aan iedereen te laten weten dat ze écht welkom zijn. Daardoor kan ik nu gezichten op huizen plakken en sla ik praatjes met mensen tegen wie ik vroeger nooit ‘goeiendag’ zou hebben gezegd.”
Hoe verliep de samenwerking met Stad Gent?
Vincent: “De subsidieaanvraag bij ‘Wijk aan Zet’ van Stad Gent is vrij laagdrempelig. Ze geven een draaiboek dat je kan volgen met sjablonen om reclame te maken. Maar het blijft wel een administratieve aangelegenheid.”
Sofie: “Ze doen echt hun best om het opstarten van zulke initiatieven zo eenvoudig mogelijk te maken. De gemeente geeft je bijvoorbeeld een reeks van beginnende Gentse artiesten die naam willen maken. Alleen vrees ik dat de subsidies die we nu krijgen niet zullen blijven. Dan moet je hier en daar kijken of mensen eigen middelen ter beschikking willen stellen.”
Denken jullie dat mensen zelf iets willen bijdragen?
Sofie: “Ja, maar dat is wel een hoop gedoe.”
Vincent: “Maar dat is misschien ook de kracht van zo’n project. Omdat wij dit organiseren zonder commerciële bedoeling, krijgen we mensen mee. Zo krijgen wij bijvoorbeeld van lokale bakkers taarten en koffiekoeken voor een lage prijs. Dat maakt het lokaal én herkenbaar voor de buurt.”
Hoe ervaren jullie de dag van het buurtfeest zelf?
Vincent: “Ik blokkeer mijn agenda en ik neem de taken op die nodig zijn, bijvoorbeeld pannenkoeken bakken. Ik doe dat werk graag. Alleen kan je op het moment zelf geen andere dingen doen. Het is een gedeelde zorg en verantwoordelijkheid. Sommige mensen maken beloftes en vervullen die niet, terwijl anderen meer verantwoordelijkheidsbesef hebben. Maar zodra je dat loslaat, haal je er veel voldoening uit. Allez, ik op zijn minst.”
Sofie: “Ik ook. Ik blijf daar ook achter staan omdat ik het tof vind om mensen samen te brengen. Ik zou het nog toffer vinden als het nog meer gedragen zou worden en we de dag zelf meer helpende handen zouden hebben. De laatste keer vond ik het jammer dat ik soms weinig tijd had om met mensen te praten. Veel hangt van ons af.”
Wat zouden jullie anders doen bij de volgende editie?
Sofie: “Ik denk niet dat we ons idee veel zullen veranderen. Als we het jaarlijks kunnen herhalen en mensen buiten kunnen krijgen met een hapje en een drankje, is dat al genoeg.”
Vincent: “Soms hebben we wilde plannen die groeien in het enthousiasme van het moment, maar waar vaak niet genoeg praktisch over nagedacht is. Het gevaar is dan: je steekt er veel tijd en energie in, zonder de garantie dat het beter wordt. Niet méér verbinding, maar kwalitatieve verbinding vinden wij belangrijk. Misschien kunnen we meer inzetten op diversiteit. We willen ons richten op jonge én op oude mensen.”
Sofie: “Hetzelfde effect behalen als de afgelopen twee keer zou al méér dan voldoende zijn. Ik hoop dat we bij de volgende editie de nieuwe buren ook kunnen betrekken.”