Reportage
BRUSSEL – “À qui les rues? À nous les rues! À qui la vie? À nous la vie!” Dat zijn de woorden die zaterdagmiddag in de Marollenwijk te horen waren. Carnaval Sauvage is een alternatief anarchistisch carnavalsfeest. Het is een evenement met veel muziek; trommels, blazers en zangers zijn overal verspreid. Maar het blijft verzet. Leuzen, kostuums en traditie verbinden de vele feestende mensen en collectieven. Onze reporter loopt mee met de stoet.
Lizzy Hanekroot
Om half vier begint Carnaval Sauvage op het Vossenplein in de Marollen. Honderden bonte feestvierders hebben zich verzameld op het plein en staan met hun instrument of een biertje in de hand te kletsen. Verschillende mensen lopen over het plein met de aankondiging dat de optocht, die al sinds 2012 wordt georganiseerd, ook dit jaar weer vertrekt.
De mensen zetten zich langzaam in beweging in de richting van de Stalingradlaan. De stoet wordt geleid door een man in een pak van zwarte, aan elkaar geknoopte linten. Als masker draagt hij een zwarte laars. De zool is weggeknipt en ter hoogte van de wreef zijn twee ogen uitgesneden De punt van de laars dient als neus en de schacht van de laars steekt hoog boven het gezicht van de man uit. Hij draagt een lange stok met zich mee, met aan de punt een lap zilveren stof vastgemaakt.
Vlak achter hem loopt de bonte dirigent van de drumsectie. Zij draagt een feloranje masker en dirigeert de vijfentwintig trommelaars die gelijktijdig op hun instrumenten slaan. Ook coördineerd ze het ritme van de stokken die de lucht in gaan, zodat het er sierlijk uitziet.
Maskers zijn een belangrijk onderdeel van dit wilde carnavalsfeest. “We willen dat iedereen meedoet aan het verkleden om de energie goed te houden”, vertelt medeorganisator Eric. “We vragen dus dat je op zijn minst een masker draagt, want dat draagt bij aan de verbeelding. De opdracht is hierbij dat de deelnemers geen geld mogen uitgeven om de creativiteit en de toegankelijkheid te bevorderen. “Bovendien zijn we antikapitalistisch.”
Het carnavalsfeest kent ook andere tradities. Zo staat ‘Het proces’ centraal. Een week eerder, zaterdag 14 maart, vond er een theatraal ‘proces’ plaats waarin de zombie van de projectontwikkelaar en zijn hulpje bureaucratie werden aangeklaagd. Ours vertelt aan magazine agir par la cultuur: “Het proces is een kort spektakel dat de strijd om de Marollen in 1969 tot een gemeenschappelijke herinnering wil maken. Enkele Brusselaars organiseerden zich toen om onteigening tegen te gaan. Projectontwikkelaars wilden het justitiepaleis uitbreiden en door affiches en protesten wonnen de buurtbewoners uiteindelijk. Dat is ook vandaag nog relevant, gezien de stijgende huren en de gentrificatie.”
Dit sentiment is ook terug te vinden in de prachtige kostuums. Een groepje mensen verkleed als monsters dragen met kleurige letters de uitdrukking: “Alle monsters hebben recht op de stad.”
Hanne uit de Marollen breit elk jaar een nieuw kostuum: “Elk jaar hetzelfde idee, maar elk jaar in een andere kleur.” Ze is van top tot teen gehuld in een gehaakt groen-blauw pak. Alleen haar schoenen steken eronderuit, haar gezicht is helemaal bedekt. “Met elk been ben ik ongeveer een uur bezig geweest, de armen een uur, de romp een half uur. Ik denk dat ik alles bij elkaar vier uur aan dit pak heb gewerkt. Ik ben er met de jaren sneller in geworden. Helaas is het voor alledaags gebruik niet echt gepast.”
Ook de politie, de staat en andere ordediensten worden bekritiseerd. Een pop van anderhalve meter steekt boven de mensenmassa uit en draagt het uniform van een ordehandhaver met een klein blauw mutsje. Op zijn buik draagt hij een bord met de boodschap: “Geen Frontex aan het Zuidstation.” Europees grensagentschap Frontex kan op het station worden ingezet om de politie te ondersteunen bij grenscontroles.
Een ander opvallend kostuum wordt gedragen door ongeveer tien mensen van collectief Vivons Caché.es. Zij maakten maskers in de vorm van camera’s als kritiek op de camera’s op straat. “Wij zijn een collectief dat creativiteit en militantisme met elkaar wil verenigen”, zegt Arthur. “Wij hebben het recht op privacy en sinds februari 2025 is gezichtsherkenning legaal geworden in België. Het is fijn om samen met het collectief manieren te bedenken om dit op een creatieve manier tegen te gaan.”
Bij zonsondergang komen we aan onderaan de trappen in het Brigittinenpark. Daar staat het Rave koor, vergezeld door blazers, te zingen. Annelore, een van de zangers, zingt sinds een jaar in het koor: “Elke zondag zingen we in een kerk. Klinkt religieus, maar dat is het niet. Het is een prachtige collectieve ervaring, maar de kwaliteit is niet erg goed. Vandaag zijn we met negentig man ofzo.” De liedjes worden gekozen door de organisatie, vertelt Annelore: “Maar als je een mooi lied hebt, kun je het ook altijd aandragen. Vaak folklore, activistische nummers.”
Rond middernacht verplaatst de kern van het feest zich naar een vuur op het midden van het Vossenplein. Deelnemers gooien houten pallets en delen van hun zelfgemaakte kostuums op de vlammen. Er wordt in groepen rond het vuur gedanst en over de as gesprongen.
De afsluiting van de dag verloopt geleidelijk. Terwijl de eerste groepen feestvierders langzaam het plein verlaten, begint de politie rond twaalf uur met de ontruiming. De agenten schuiven stapsgewijs het terrein op om de resterende aanwezigen van het plein te vegen. Deelnemers verspreiden zich in de omliggende straten van de Marollen en de wijk keert terug naar de normale orde. Wat achterblijft zijn de smeulende resten van de kostuums.