INTERVIEW
Door Valeria Koroleva
In haar debuut ‘Tussenin’ brengt inclusie-expert Deniza Miftari haar persoonlijke verhaal. Als zesjarige vluchtte ze samen met haar gezin vanuit Kosovo naar België. Miftari verkent thema’s als migratie, identiteit en welke effecten diaspora op haar en haar gezin heeft nagelaten.
In 1998 brak de oorlog uit in Kosovo. Toen de grenzen dreigden te sluiten, vluchtten ze naar België. Miftari groeide hier op, maar draagt vandaag nog steeds de onzichtbare erfenis van de oorlog.
Ze schrijft over het opgroeien tussen twee culturen met elk een andere identiteit. “Opgroeien tussen twee werelden ging gepaard met chaos, maar ook met eenzaamheid”, schrijft ze. “Ik doe een poging om de stem van de Kosovaarse diaspora, jongvolwassenen met een migratieverleden en vluchtverhaal, om te zetten in woorden die ze niet altijd vinden.” Een boek waar ze zelf nood aan had.
Wanneer besefte je dat jij het boek moest schrijven dat je zelf vroeger nodig had?
“Tijdens mijn studies verdiepte ik me in migratie en identiteit. Voor school lazen we over dit thema, maar ik herkende mezelf niet in die verhalen. Tijdens mijn activistische periode zat ik in studentenraden, jeugdraden en ging ik in Brussel protesteren tegen het migratiebeleid van Theo Francken. Ik werd daar gevraagd columns te schrijven voor verschillende platformen waar ik vertrok vanuit mijn Kosovaars-zijn. Ik droomde ervan hier ooit een bundel van te maken in de vorm van een boek.
Het oorspronkelijke idee was om dit boek samen met mijn vader te schrijven, om hem een kans te geven zijn droom waar te maken iets met zijn intellect te doen waar hij nooit de kans voor kreeg. We gingen vaak samen naar de bibliotheek en hij zei altijd dat ik ooit zelf een boek kon schrijven. Toen hij ziek werd en overleed, wist ik dat ik het boek ging schrijven.
Eerst twijfelde ik: wie zit er op mijn verhaal te wachten? Maar toen een journalist van De Morgen mij vertelde dat veel mensen hier iets aan zouden hebben, ben ik het serieus beginnen nemen en nam ik contact op met een uitgeverij.”
Had je bepaalde stukken klaarliggen als je columns en opiniestukken schreef?
“Toen ik sociaal werk studeerde, kreeg ik les van politicoloog Bleri Lleshi. Hij schreef over jongeren en hun kwetsbaarheden in de geopolitiek. Hij vroeg me columns te schrijven voor zijn blog. De thema’s die ik in mijn boek behandel, zijn thema’s waarover ik toen schreef. Ik ben dus niet helemaal van nul begonnen.”
Waar lag voor jou de grens tussen jezelf en de schrijver tijdens het schrijven van zo’n persoonlijk boek?
“Ik heb twee identiteiten. Er is een Belgische Deniza, die formeel en professioneel is, en een Kosovaarse Deniza, waarin al mijn emoties en dromen zitten. Die twee moest ik voortdurend in balans brengen. Bepaalde thema’s zijn namelijk taboes binnen de Kosovaarse cultuur, zoals gemengde relaties of familiekwesties. Ik moest voortdurend nadenken hoe ik bepaalde dingen verwoordde om beide kanten te belichten en geen mogelijke stereotypen te voeden. Je bent ook gelimiteerd tot een boek, dus context is superbelangrijk.”
Zijn er passages waarover je twijfelde die nu in het boek staan?
“Het hoofdstuk racisme vond ik heel moeilijk om te schrijven. Ik heb heel lang niet erkend dat ook wij als Oost-Europeanen, racisme kunnen ervaren. In mijn hoofd was racisme puur gebaseerd op huidskleur. En aangezien ik die huidskleur niet had, dacht ik niet aan racisme. Het hoofdstuk voelde een beetje als een cry for attention. Maar met het volwassen worden mogen die micro-agressies, zeker naar mijn ouders toe omdat ze sneller door de mand vielen met hun accent, benoemd worden als racisme. Ik wist niet dat ik het ging meenemen. Ik ben blij dat het erin staat, omdat er misschien nog andere Kosovaren zijn die hierover twijfelen.
In je boek schreef je over een man die zei dat hij niet verwacht had dat je vader zo slim zou zijn.
“Ja, dat was super choquerend en ik vind het jammer dat ik er niet op ben ingegaan. Ik was ook jong natuurlijk. Nu zou ik vragen: waarom had je dat niet verwacht? Mijn papa is de slimste man die ik ken, dus raar dat je dat niet had verwacht. Daarom heb ik het ook meegenomen.”
Heb je sinds het schrijven van je boek antwoorden gevonden op het ‘tussenin’ zijn of heeft het juist nieuwe vragen opgeroepen?
“Ik ben meer aan het nadenken of ik naar Kosovo wil verhuizen of niet. Het voelt als een leven dat ik niet mocht leiden. Alsof dat leven mij is afgepakt en dat vind ik oneerlijk en onrechtvaardig. Het voelt ergens tragisch om in België een gezin te starten, wetende dat binnen zoveel generaties mijn kleinkinderen niet gaan weten waar ze vandaag komen. Mijn papa ligt daar ook begraven, mama wil daar begraven worden en de gedachte dat ik hen niet zou kunnen bezoeken vind ik jammer. Dat is momenteel mijn grootste vraagstuk.
Ik hoop dat ik tijdens mijn tour in Kosovo hier meer inzicht in zal krijgen.”
Je vertelt in het boek dat Albanees de taal is van je thuis en je hart. Welke rol heeft taal gespeeld in het schrijven van je boek?
“Ik vond het belangrijk Albanees te integreren in mijn boek, zoals de korte liedjesfragmenten. Ik wilde dat Kosovaren die hier opgroeiden hun eigen taal erin terug zouden vinden als een vorm van thuiskomen.
Nu ben ik bezig met de Albanese vertaling van mijn boek. Je hoort vaak dat een vertaling niet zo goed is als het origineel en dat er nuance in verloren gaat. Maar ik wil dat het Albanese boek beter is. Voor als mama, familie en vrienden het lezen.”
Wat hoop je dat iemand voelt na ‘Tussenin’ te lezen?
“Ik hoop dat mensen met een migratieachtergrond zich gezien en begrepen voelen. En aan de mensen die nooit de stap moesten nemen om te migreren, nieuwe inzichten te geven. Tenslotte wil ik dat de lezer mijn dankbaarheid voelt naar mijn ouders. Ze staan niet graag in de schijnwerpers, maar ik vind het belangrijk dat mijn mama en papa, moest hij er nog zijn, zich ook gezien en erkend voelen.”
Foto: Deniza Miftari ©De Morgen