RECENSIE ★★★★☆
Door Flore Kukolj
Met haar debuutroman ‘De waanzinpartituur’ geeft Emma van Hooff je een kijkje in het ontregelde hoofd van een vrouw in een psychiatrische inrichting. In een razende monoloog vervagen werkelijkheid en verbeelding zodat je als lezer ontredderd achterblijft.
Hooffs roman volgt de gedachten van Am, een 31-jarige vrouw die opgesloten zit in een psychiatrische inrichting. Hoe lang al, weet ze niet: “Dagen, maanden, jaren. Woede laait op in mijn darmen.” Tijdens een groepssessie met andere patiënten begint ze in haar verleden te graven. “De waarheid is dat ik wil verklaren waarom ik hier zit, waarom ik hier mijn tijd verdoe door te luisteren naar het gezwam van die andere gestoorden.”
Am heeft twee uur om haar verhaal te vertellen. Daarna begint het bezoekuur en vreest ze dat haar moeder op de stoep staat. Terwijl de tijd genadeloos wegtikt, ontvouwt zich een koortsachtige monoloog waarin Am de lezer ervan probeert te overtuigen dat niet zij, maar haar moeder degene is die opgesloten zou moeten zitten.
Dat blijkt geen makkelijke opgave. Ams relaas wordt onderbroken door patiënten die tijdens het kringgesprek over hun eigen problemen vertellen. “Goed zo Louis, laat het allemaal maar gaan”, zegt de groepsleider, waardoor Am opschrikt uit haar gedachten. Hierdoor springt het narratief iedere keer onverwacht van het verleden naar het heden en weer terug. Het maakt Van Hooffs schrijfstijl chaotisch. Ze eist een constante alertheid van de lezer. Hoewel dat soms tot verwarring leidt, zet het de benauwende sfeer van Ams innerlijke wereld overtuigend neer.
Vanuit een muf zaaltje van de inrichting blikt Am terug op haar jeugd, die ze samen met haar moeder geïsoleerd doorbracht in hun huis aan de kust. Contact met leeftijdsgenoten had ze niet, op die ene avond na toen ze zich aansloot bij een groep jongeren die een kampvuur bouwde op het strand. De jongens spraken over hun studentenleven in de stad en even leek zo’n toekomst ook voor haar mogelijk. “Maar ik hoefde maar een keer naar ons huis te kijken om te zien dat mam achter het raam stond met een bezeten blik in haar ogen, en ik wist genoeg.”
Ams hypochondrische moeder verloor haar dochter geen moment uit het oog. Toen Am na jaren in de stad ging werken, dreef dat haar moeder tot waanzin. Dagelijks liet ze tientallen gemiste oproepen en smekende voicemails achter: “Waar ben je, Ammie? Kom toch terug bij mij, kom kom kom kom kom kom.” Van Hooff brengt dat opgejaagde gevoel feilloos over op de lezer.
Terwijl poëtische beschrijvingen en passages vol wartaal elkaar afwisselen, bouwt Van Hooff de spanning ritmisch op naar een climax: de reden voor Ams opname. Maar komt Ams waarheid wel overeen met de werkelijkheid? Kunnen we haar als verteller vertrouwen? Die vragen blijven na afloop van het aangrijpende debuut van Van Hooff nog lang bij de lezer nazinderen.
Foto: Cover van 'De Waanzin Partituur' van Emma van Hooff