Cultuurtip: Jaag je ploeg over de botten van de doden
Lizzy Hanekroot
“Toen zag ik een snelle en wendbare vlucht Kramsvogels. Dat zijn Vogels die ik altijd alleen in een zwerm zie. Ze bewegen snel, als een groot, opengewerkt luchtorganisme. Ik heb ooit ergens gelezen dat als een Roofvogel ze aanvalt, bijvoorbeeld een van die lusteloze Haviken die als heilige geesten door de lucht zweven, ze zich zullen verdedigen. Want zo’n zwerm kan heel gericht en verraderlijk vechten en kan zich ook wreken – hij kan snel opvliegen en zich, als op commando, op de achtervolger ontlasten, tientallen witte vogelpoepjes vallen er dan op de prachtige vleugels van de Havik, besmeuren ze, bevuilen ze, het zuur bijt in zijn veren. De Roofvogel moet dan de situatie onder ogen zien, de jacht staken en walgend op het gras landen.”
De passage komt uit het boek Jaag je ploeg over de botten van de doden van Olga Tokarczuk. Ze heeft in haar boek veel aandacht voor vogels, andere dieren, de dingen en de natuur. Aan de dingen die zij leven toedicht en waarmee ze een verhouding aangaat, geeft ze hoofdletters. Aan de dieren sowieso, maar ook bijvoorbeeld Hypothese en Woede.
Haar hoofdpersonage, een wat oudere vrouw die afgelegen woont, interesseert zich niet zo voor mensen, maar des te meer voor alle andere dingen. Als ze geconfronteerd wordt met verschillende doden, gaat ze op onderzoek. Ze vermoedt dat de dieren wraak hebben genomen op de stropende en vervuilende mensen.
Hoewel het boek de vorm heeft van een klassieke thriller, waarin de lezer op zoek gaat naar de moordenaar, draait Tokarczuks verhaal eigenlijk om diepere maatschappelijke thema’s. De vraag naar rechtvaardigheid en hoe ver je daarin door moet slaan, en op wat voor manier je radicaal in verbinding kunt staan, zijn de overpeinzingen die je meekrijgt door het hele verhaal.
De Poolse Tokarczuk won in 2018 de nobelprijs voor de literatuur en deze eigenzinnige roman verscheen in 2020 in de Nederlandse vertaling.