Reportage
LEUVEN – In woonzorgcentrum Remy wonen niet alleen ouderen, maar zitten ook studenten op kot. Ze eten samen, gaan op uitstap en slaan praatjes. Wij spraken met bewoonster Maria (92) en kotstudent Eline (22) over samenleven in een woonzorgcentrum.
Jana Herck
Hoe gaat het hier precies in zijn werk?
Maria: Er zitten hier zes studenten, verspreid over twee verdiepingen.
Eline: Wij hebben zelf een badkamer met een toilet en een lavabo. De douche en keuken delen we met de zes studenten. De studentenkamers liggen ook vrij dicht bij elkaar.
Zijn er ook bepaalde verplichtingen als je hier op kot zit?
Eline: Verplichtingen zijn er niet, we mogen gaan en staan waar we willen.
Maria: De studenten mogen ook mee-eten ’s middags en ’s avonds.
Eline: Ik doe dat geregeld. Maar er wordt dan wel verwacht dat je bij de bewoners gaat zitten. Wij hebben in de keuken ook geen stoelen of tafels, juist daarom.
Is er dan ook een strengere selectie aan verbonden om hier op kot te mogen komen?
Eline: Ja, ik heb eerst een brief moeten schrijven en daarna werden we uitgekozen door de directie. Dan gingen we op gesprek met de directie en de bewoners.
Maria: Ik weet nog dat de directie toen ook naar ons is gekomen om te vragen of we een voorkeur hadden voor bepaalde studenten. In feite is dat ook logisch, want ze leven wel tussen ons. Dan is het ook niet fijn als het niet klikt.
Waarom heb je gekozen voor een kot hier, Eline?
Eline: Voor mij is dit het eerste jaar dat ik op kot zit. Ik dacht altijd dat ik me op een ‘normaal’ kot eenzaam zou voelen. Ik heb nood aan een huiselijke sfeer en aan mensen rond mij. Daarom ben ik hier komen wonen.
Wat dachten de bewoners toen ze voor de eerste keer hoorden dat hier ook studenten kwamen wonen?
Maria: In het begin zagen we daar allemaal wel een beetje tegenop. Maar vooral omdat we dachten dat ze luid gingen zijn en dronken gingen binnenkomen. De directie maakte wel snel duidelijk dat dat niet zo ging zijn, ze wilden serieuze mensen hebben.
Dus ondertussen kijk je er niet meer tegenop?
Maria: Nee, ik heb met alle studenten een goede band. Er zijn ook sommige bewoners die echt heel veel hebben aan de studenten. Sommigen gaan bijvoorbeeld al eens mee naar de markt of een terrasje doen.
Was het moeilijk om de eerste toenadering te zoeken?
Eline: Bij de bewoners is het vooral belangrijk dat je hen eerst leert kennen. Dat is in het begin wel een beetje aftasten. Nu heb ik ook meer een-op-een contact met bewoners. Ik klop ook soms gewoon eens aan bij iemand om een babbeltje te doen.
Maria: Je hebt ook bewoners met dementie, maar daar wordt ook heel goed mee omgegaan.
Hoe spelen de studenten een rol in het dagelijks leven van de bewoners?
Eline: Dat valt goed mee. Wanneer ik mee-eet probeer ik ze wel te helpen door eens een bavet aan te doen of iets te gaan halen voor hen.
Maria: Wanneer we op uitstap gaan, worden de studenten wel meegevraagd, als vrijwilliger dan. Maar als ze iets niet willen doen, zal niemand hen dwingen.
Waar praten jullie dan over als jullie elkaar zien?
Eline: Dat kan over van alles gaan. Maar vooral over het verschil tussen het Leuven van vroeger en nu. Maria heeft hier altijd gewoond en tegenover haar tijd is alles heel anders.
Maria: Het gaat vooral over de dinges des levens. Over de dingen van nu kan ik moeilijk meepraten, maar dat brengen de studenten me dan wel bij.
Wat denken jullie dat het grootste verschil is tussen jullie en huisgenoten van dezelfde leeftijd?
Eline: Dat wij meer plezier hebben (lacht). Nee, het is eigenlijk vrij gelijkaardig. Zoals anderen met hun kotgenoten iets gaan drinken, doen wij dat ook. Ik ben al een paar keer met een bewoner een terrasje gaan doen. En laatst vroeg iemand me ook om samen naar de markt te gaan.
Maria: De studenten brengen toch iets speciaals hier. Ze pakken je al eens ergens mee naartoe, anders zit je hier ook maar. Wij pushen hen ook niet om iets te doen, er wordt niks van hen verwacht.
Zijn er ook bewoners die helemaal geen toenadering zoeken tot de studenten?
Eline: Goh ja, maar je merkt wel als mensen gerust gelaten willen worden. Mannen hebben bijvoorbeeld altijd wat meer tijd nodig om los te komen.
Denken jullie dat jullie contact gaan houden als Eline van kot weggaat?
Eline: Ja, ik denk dat ik hier nog geregeld zal binnenspringen. De studente die hier voor me op kot zat doet dat ook nog steeds. Iedere vrijdagmiddag komt zij hier nog eten.
Wat hebben jullie van elkaar geleerd?
Maria: Verdraagzaamheid. Veel horen, zien en zwijgen. Maar ook naar de bewoners toe.
Eline: Ik heb vooral geleerd om te genieten van de kleine dingen. De bewoners zeggen ook vaak: geniet ervan nu je nog jong bent.
Als jullie je band in één woord zouden moeten omschrijven, wat zou dat dan zijn?
Eline: Een grootouderlijk gevoel. Iedereen is hier wel een beetje mijn oma of opa.