PORTRET
Door Margot Maris
Begin deze maand werd bekend dat Billie Eilish de hoofdrol gaat spelen in de verfilming van Sylvia Plaths enige roman: The Bell Jar (in het Nederlands verschenen als De glazen stolp). Hoewel het boek wordt gezien als een literaire klassieker, is het levensverhaal van de schrijfster, die hetzelfde lot ondervond als haar hoofdpersonage, bij het grote publiek minder bekend.
The Bell Jar bespreekt de mentale gezondheid van een jonge vrouw in de jaren vijftig en hoe de torenhoge verwachtingen van de maatschappij haar fataal worden. Met de recente controverse rond de uitspraken van minister Jan Jambon, is het duidelijk dat dit thema nog steeds actueel is. Vrouwen geven aan dat er naast hun job nog te vaak van hen verwacht wordt dat ze het huishouden op zich nemen, waardoor ze vaker deeltijds werken. Ze maken zich zorgen dat de verwachting om toch voltijds te werken ernstige gevolgen zal hebben. Maar wie was de vrouw die ons al in de jaren 50 voor die verstikkende druk waarschuwde?
Geboren schrijfster
Sylvia Plath werd geboren in 1932 in de Amerikaanse stad Boston. Ze groeide op in een gezin met Oostenrijkse en Duitse roots, waar veel aandacht werd besteed aan de opvoeding van haar en haar jongere broer Warren. Haar vader was professor in de biologie aan Boston University en haar moeder gaf er les in medisch secretariaat. Al op jonge leeftijd had Plath aanleg voor het schrijven. Haar literaire ambities kwamen van haar moeder, die zelf ooit droomde om schrijfster te worden.
Op haar achtste werd haar eerste gedicht gepubliceerd in een regionale krant uit Boston. In datzelfde jaar verloor ze haar vader met wie ze een gecompliceerde relatie had. Die relatie zou later een sterke invloed hebben op haar levensvisie en de thema’s in haar werk. Haar vader was een autoritaire, controlerende figuur binnen het gezin, terwijl haar moeder een passievere rol aannam: zij stond in voor het huishouden en bleef daarnaast ook lesgeven.
Verscheidene publicaties van Plaths werk volgden al snel. Haar literaire ambities leidden zo tot een beurs om te studeren aan Smith College. Daar begon ze te worstelen met haar mentale gezondheid. Ze schreef in een dagboek: “Het is alsof mijn leven op magische wijze wordt gerund door twee elektrische stromen: vreugdevol positief en wanhopig negatief – welke mijn leven op dat moment ook regeert, overspoelt het.” Later zou blijken dat de schrijfster leed aan een zware depressie en een bipolaire stoornis.
Strijd in haar hoofd
Na het winnen van een schrijfwedstrijd, veroverde ze een plek als gastredacteur bij het tijdschrift Mademoiselle, maar die werkervaring viel haar tegen. De ontgoocheling samen met haar mentale worstelingen leidden tot haar eerste poging tot zelfdoding. Deze periode zou later de basis vormen voor The Bell Jar. Het tragische einde van Esther Greenwood, het hoofdpersonage van dit boek, werd een waarschuwing voor wat er uiteindelijk met Plath zelf gebeurde.
Ze werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, waar haar mecenas, dichteres en vriendin Olive Higgins Prouty voor betaalde. Zij worstelde zelf ook met haar mentale gezondheid en herkende zich in de jonge schrijfster. Daarom nam ze Plath onder haar hoede.
Confessioneel schrijven
Tijdens een tweede studie in Cambridge wordt Plath verliefd op de Engelse dichter Ted Hughes. Haar huwelijk met hem was tumultueus: Plath ontdekte meermaals dat hij affaires had. In de periode dat ze samen waren, werd ze door andere auteurs aangemoedigd om meer confessionele, persoonlijke en introspectieve werken te schrijven. Iets waar ze later bekend om zou staan.
Plaths biograaf Andrew Wilson vertelt in een interview met Interview Magazine: “Het gevoel dat je krijgt van haar werk is dat haar grote queeste een zoektocht naar haarzelf was, dit idee dat haar identiteit niet vaststond.” Het werd haar ambitie om daadwerkelijk een groot schrijver te worden, en vooral een die serieus genomen zou worden.
Na een jarenlange strijd in haar hoofd belandde Plath in de winter van 1963 in een zware depressie. Uiteindelijk pleegde ze op dertigjarige leeftijd zelfmoord. Haar passie voor schrijven, de maatschappelijke verwachtingen om voor haar kinderen te zorgen en haar bipolaire stoornis, werden haar te veel.
Toch liet Plath iets na dat groter was dan haar eigen pijn: een stem. Esther Greenwood van The Bell Jar leeft nog steeds wereldwijd voort in de verbeelding van lezers en binnenkort dus ook op het witte doek. Dat een nieuwe generatie zich spiegelt aan een roman die al meer dan zestig jaar oud is, zegt misschien wel alles. De stolp die Plath beschreef - de verstikkende verwachtingen en de onzichtbare druk om tegelijk te excelleren en te zorgen - is nooit echt opgeheven. Ze is alleen van gedaante veranderd.
Foto: Cover van Sylvia Plaths ‘The Bell Jar’ (bron: eigen foto)