Door Edwina Smits
“Een eetstoornis hoeft niet voor altijd te zijn”, schrijft Patty Annicq. Maar wat als iemand niet eens doorheeft dat hij ziek is? In België vertoont meer dan een op de tien mannen verstoord eetgedrag, maar toch blijft het voor velen een hardnekkig taboe.
In haar boek ‘Een eetstoornis hoeft niet voor altijd te zijn’ legt arts en eetstoornisspecialiste Patty Annicq de focus niet op het eetgedrag zelf. Ze kijkt vooral naar de onderliggende denkpatronen die aan de basis liggen van het probleem. Behandelingen beginnen vaak bij opnieuw leren eten en het herstellen van het lichaamsbeeld. Toch pleit Annicq ervoor om eerst te begrijpen waarom iemand stopt met eten. Wat drijft dat gedrag? Welke gedachten spelen op de achtergrond?
De denkpatronen achter de eetstoornis
Ze beschrijft hoe factoren zoals angst, perfectionisme en een sterke ‘innerlijke criticus’ een belangrijke rol spelen. Met de innerlijke criticus bedoelt Annicq de strenge, vaak negatieve stem die gevoelens van angst, perfectionisme en controle aanwakkert. Deze mentale processen worden bovendien beïnvloed door de omgeving. Daarbij spelen gezinsdynamiek, prestatiedruk en sociale verwachtingen een belangrijke rol.
Volgens Annicq biedt controle over eten voor veel patiënten een houvast in een wereld die overweldigend aanvoelt. Herstel vraagt daarom niet alleen lichamelijke, maar vooral mentale verandering. Daarbij is het cruciaal dat patiënten leren om hun negatieve denkpatronen te doorbreken.
Mannen onder de radar
In België worden eetstoornissen nog te vaak gezien als een typisch “vrouwelijke” ziekte, terwijl ook mannen eronder lijden. Cijfers van Sciensano uit 2022 tonen aan dat 11% van de mannen tussen de 10 en 64 jaar verstoord eetgedrag vertoont. Opvallend is dat dit bij volwassen mannen van 18 tot 39 jaar zelfs oploopt tot 14%. Dit ligt hoger dan bij mannen tussen de 10 en 17 jaar (7%).
Vaak zorgen schaamte en hardnekkige ideeën over mannelijkheid ervoor dat mannen minder snel over hun problemen praten of hulp durven zoeken. Symptomen worden bovendien minder vaak herkend, waardoor diagnoses uitblijven of verkeerd worden gesteld. Ook in de hulpverlening voelen mannen zich niet altijd aangesproken of begrepen. Nochtans is er steeds meer aandacht voor de nood aan zorg, die beter inspeelt op de ervaringen en noden van mannen met een eetstoornis.
Druk op het mannelijk lichaam
Volgens Human Concern, een Nederlandse organisatie gespecialiseerd in de behandeling van eetstoornissen, hangen eetstoornissen bij mannen vaak samen met maatschappelijke verwachtingen rond mannelijkheid. Zo speelt het ideaalbeeld van het gespierde mannenlichaam een steeds grotere rol. Onder invloed van sociale media en maatschappelijke druk streven veel mannen naar een sixpack en een uitgesproken V-vorm, wat kan leiden tot ongezond eet- en sportgedrag.
Bij sommige mannen uit zich dat in wat ‘omgekeerde anorexia’ wordt genoemd. ‘Omgekeerde anorexia’ is een obsessie met spiermassa, waarbij mannen zichzelf als te klein of zwak zien, ondanks een normale lichaamsbouw. Intensief trainen, streng diëten en zelfs ongezonde methoden zoals braken of het gebruik van middelen worden dan ingezet om vet te verliezen en spieren te vergroten. Dit gedrag wordt door de omgeving vaak nog als ‘gezond’ beschouwd. Ook factoren zoals overgewicht op jonge leeftijd, seksueel misbruik en deelname aan sporten waarin gewicht en lichaamsvorm centraal staan, zoals dansen of turnen, kunnen triggers zijn.
Foto: iamafoodie.nl