INLEEFREPORTAGE
Door Roxan Dewaele
Boekenclubs zijn populair. Een boek, een hapje en een drankje, en vooral een goeie babbel: over heel Vlaanderen worden bibliotheken, cafés en huiskamers omgetoverd tot literaire salons. Maar wat is de aantrekkingskracht van de leesgroep? Onze redacteur ging op onderzoek!
Op dinsdagavond loopt De Geus van Gent, het populaire studentencafé naast de Sint-Pietersabdij, langzaam vol. Vanavond is mijn bestemming niet het café, maar het aangrenzende Geuzenhuis. Daar organiseert de vrijzinnig humanistische jongerenorganisatie Dwaalzin hun Boekenklets: “een boekenclub voor jonge kletskousen.”
Boekenverbranding
We bespreken vanavond het boek Fahrenheit 451, een dystopische roman uit 1953 van Ray Bradbury. Het speelt zich af in een toekomstig Amerika waar boeken verboden zijn en waar brandweerslangen gevuld zijn met kerosine in plaats van water. Brandweerman Guy Montag verbrandt boeken, maar stuit op zijn eigen geweten en nieuwsgierigheid. Hij begint het systeem in vraag te stellen.
Met een groepje van acht nemen we plaats in zeteltjes op zolder. Eva en Fien hebben er alles aan gedaan om het gezellig te maken. Ze bieden me een drankje aan en voorzien snacks in het thema ‘vuur’, zoals rode radijsjes en snoeptomaatjes.
De boekenclub is hip!
Een boekenclub bijwonen stond al even op mijn bucketlist, zeker nu ze overal opduiken. In het leesclublandschap is er vandaag voor ieder wat wils: van queer en feministische boekenclubs tot leesclubs over poëzie en filosofie, van Roeselare tot Brasschaat, en van 12 tot 90 jaar oud.
Meer en meer lezers richten bovendien doe-het-zelfleesgroepen op met vrienden en familie, om samen op café of thuis een boek te bespreken. De Gentse stadsbibliotheek voorziet zelfs DIY-boekenpakketten met vijf identieke boeken, vragen om het gesprek op gang te brengen en wat zoetigheden.
Vergeet dus het stoffige imago van de leesclub waar gepensioneerden zich nog eens intellectueel willen profileren: de boekenclub is hip! Dat is opvallend. Net nu lezers zich steeds meer verenigen op online platformen zoals TikTok, stijgt de drang naar fysieke ontmoeting met een boek als vertrekpunt.
Meer dan een boekbespreking
“Wat een visionair, die schrijver!” Het duurt niet lang voor de boekbespreking uitmondt in een gedachtewisseling over hedendaagse perikelen. We vertrekken vanuit het boek om het vervolgens te hebben over artificiële intelligentie, sociale media, ICE, Gaza, Rusland, het klimaat en de consumptiemaatschappij. Het boek helpt het gezelschap om gedeelde bezorgdheden onder woorden te brengen en te ordenen.
Maar we moeten vooral veel hardop lachen. De tijd vliegt voorbij, dé indicatie van een goed gesprek. Sommigen vertellen persoonlijke anekdotes maar het boek blijft de leidraad. Al snel krijg ik een beeld van wie er met mij op zolder zitten. De meeste boekenkletsers hebben elkaar bovendien hier leren kennen, maar het lijkt alsof ze ondertussen goede vrienden zijn.
Ik vraag de boekenkletsers waarom ze hun avond op deze manier willen doorbrengen. “Het motiveert me om meer te lezen”, zegt Sien. Voor Eva helpt de Boekenklets om anders naar een boek te kijken. Al snel blijkt dat een leesgroep niet alleen lezen stimuleert, maar ook een belangrijke sociale functie heeft. Meer en meer mensen willen wel eens vluchten van sociale media of van de ratrace van het leven. Janne: “Hier kun je over diepere thema’s praten dan in het dagelijkse leven.”
Volgens Saar is er nood aan third places. Naast thuis en de werkvloer hebben we een derde essentiële plek nodig waar dialoog en gemeenschapsvorming centraal staan. “Wat werkt bij Dwaalzin is dat je het boek niet gelezen hoeft te hebben. Je kunt gewoon zonder verwachtingen deelnemen aan het gesprek.” Dat gesprek betekent voor sommigen meer dan filosoferen over een boek. Sien: “Toen ik naar Gent verhuisde, was Boekenklets een manier om een netwerk op te bouwen.”
Gelijkgestemden
Sien vond via Boekenklets een netwerk van gelijkgezinden, en ze is niet de enige. De meeste boekenclubs zijn gecentreerd rond één thema of doelgroep waardoor je je meteen tussen soortgenoten bevindt. Ook ik keer met een opgeladen gevoel naar huis en denk aan wat Janne vanavond zei: “Het doet zo’n deugd om met gelijke zielen om te gaan.” Toch vraag ik me af of de sterkste verbinding niet net ontstaat waar mensen van elkaar verschillen, bijvoorbeeld door een boekenclub die bewust inzet op diverse leefwerelden, ideologieën en leeftijden. Boeken kunnen op die manier stimuleren om te luisteren naar stemmen die je anders nooit zou horen. Wie doet mee?