INTERVIEW
Door Jana Herck
Sporten? Een op de vijf Vlamingen kiest voor de sportclub, meldt Statistiek Vlaanderen. Je maakt er nieuwe vrienden. Maar hoe zit dat dan bij vechtsporten, waar je vriend of vriendin je tegenstander is? Wij spraken met boksers Senne Schmailzl (23) en Niels Devlaeminck (23) over de sfeer en vriendschap in de club.
Waarom zijn jullie gestart met boksen?
Senne: “Ik ben begonnen door mijn neef. Die bokste al een tijdje en vroeg regelmatig of ik meeging, maar ik twijfelde. Ik ging toen al vaak naar de fitness, maar na een tijd werd dat echt saai. Toen dacht ik: ik kan ook wel eens proberen te boksen. Het sprak me aan en ik liet het bij Niels vallen. We zijn al twaalf jaar vrienden, om nu op elkaars gezicht te slaan (lacht).”
Niels: “Ik ging ook naar de fitness, maar ik had niet echt het gevoel dat ik fit was. En omdat Senne al bokste en me dan uitnodigde om eens mee te gaan, dacht ik: ja, waarom ook niet.”
Hoe ervaarden jullie je eerste training?
Niels: “Ik vond het echt heel zwaar en ik besefte dat ik geen conditie had.”
Senne: “Ik wist niet echt wat ik kon verwachten. Maar de eerste training stond ik al te sparren tegen mijn neef én tegen Niels! De eerste keer is het raar om met je neef te vechten. Maar ja, dat hoort erbij.”
Niels: “Ik vind het nog steeds een beetje onwennig om iemand in zijn gezicht te slaan.”
Hoe voelt het om in een omgeving te sporten waar je niemand kent?
Senne: “Ik vind dat gemakkelijk, omdat je snel mensen leert kennen. Maar zodra je bevriend wordt, wordt het ook moeilijker om tegen te vechten. Tegen een wildvreemde gaat dat vlotter.”
Hoe zouden jullie je boksclub omschrijven?
Niels: “De sfeer is niet slecht. Iedereen is vriendelijk en de coach is aanspreekbaar. Maar veel mensen komen slechts een paar keer, dus we zijn nooit met dezelfde groep.”
Senne: “Het wordt niet met letterlijke woorden gezegd, maar het is duidelijk dat als de trainer iets zegt, je dat moet doen. Als je aan het sparren bent met iemand en de trainer roept: ‘Stop!’, dan stop je, ook al weet je dat je verder kon gaan.”
Niels: “Respect is ook belangrijk. Als je iets nog niet goed kan, dan lacht de rest je ook niet uit. Dat is zo bij de gevorderden, maar ook bij nieuwelingen.”
Is er veel diversiteit in jullie club?
Niels: “Ja, zowel qua huidskleur als qua leeftijd. Er bokst een oudere man met twee kinderen bij ons. Ook een vrouw komt af en toe langs. De trainer neemt in de schoolvakanties bovendien soms zijn dochter mee. Omdat zij ook gymnastiek doet, geeft zij ons dan achteraf fysieke training.”
Senne: “Maar dat heeft geen invloed. In mijn ogen zijn die mensen daar om dezelfde reden als ik: om te trainen en beter te worden. Het is de sport die ons verbindt.”
Welk beeld hadden jullie van boksen, en is dat veranderd nu jullie het zelf doen?
Niels: “Ik was er een beetje bang voor. Als ik niemand had gekend die al bokste, had ik de stap naar een boksclub misschien nooit gezet. Ik dacht dat er een machocultuur heerste en dat er werd neergekeken op beginners."
Senne: “Series en films versterken dat beeld. Daarin worden beginners vaak zonder respect behandeld en moeten ze tegen gevorderden boksen.”
Niels: “Ik denk nu niet meer dat agressiviteit centraal staat. Er is niemand bij ons die in de ring stapt om de andere persoon met opzet te kwetsen. Boksers lijken macho, maar dat zijn ze niet. Ik heb wel het gevoel dat ze geslotener zijn dan andere mensen. Ze zullen niet snel ‘de flauwe plezante’ uithangen.”
Senne: "Maar eens je hen kent, zijn het de beste mensen van de hele wereld.”
Waarom boksen jullie?
Niels: “Voor mij is dat puur de conditie. Het helpt natuurlijk wel dat je dat samen met andere mensen doet. Dat motiveert je om verder te gaan, om niet op te geven. Je wilt natuurlijk niet onderdoen voor de rest.”
Senne: “Het is een combinatie van de sfeer, de competitie en de mensen.”
Hoe belangrijk is vertrouwen bij boksen?
Senne: “Heel belangrijk. In mijn ogen kun je niet sparren met iemand die je niet vertrouwt."
Niels: “Ik weet niet of ik iedereen vertrouw. Met Senne sparren vind ik het leukst. Ik ken hem goed en ik vertrouw hem. Dat zorgt ervoor dat ik me veel zekerder voel en minder bang ben in de ring. Met iemand die je niet kent, voelt dat toch anders.”
Senne: “Je hebt een connectie nodig om te sparren.”
Versterkt sparren de band die je hebt met iemand?
Niels: “Ja. Als je aan het sparren bent met iemand, dan leg je een connectie met die persoon. Je bent even volledig gefocust op elkaar.”
Wat hebben jullie geleerd van elkaar in de ring?
Niels: “Dat Senne wel een beetje bang is voor mij (lacht). Dat mag ik wel zeggen, toch?”
Senne: “Ja, jij mag dat zeggen. Ik denk dat veel mensen denken dat Niels alleen dingen van mij leert en ik niet van hem, omdat ik al langer boks. Maar dat is niet zo. Je leert altijd wel iets.”
Niels: “Ik voel me ook zelfzekerder, zelfs een beetje stoerder (lacht).”
Waarom denken jullie dat jongeren naar sportclubs gaan?
Niels: “Ik denk dat mensen vooral sporten voor hun fysieke gezondheid. Veel jongeren zijn onzeker over zichzelf en willen daarom werken aan hun lichaam. Ook voor hun mentale gezondheid is het goed.”
Senne: “De sociale contacten spelen ook een rol: dat je niet alleen thuiszit op je kamer, maar dat je buitenkomt, nieuwe mensen leert kennen en nieuwe vrienden maakt.”