INTERVIEW
Ype Driessen debuteert met roman over seksdates
Door Flore Kukolj
Van Amsterdamse darkrooms tot chemseks: in zijn debuutroman Vanilla schrijft auteur Ype Driessen (50) over een wereld die voor de meeste hetero’s onbekend blijft. “Ik wist dat veel mensen hier het fijne niet vanaf weten, maar het blijkt nog erger dan ik dacht. Het voelt bijna alsof ik met dit boek de geheimen van de gays verraad.”
Cover van Vanilla, debuutroman van Ype Driessen
Voordat zijn debuutroman verscheen, konden we Driessen al kennen door zijn wekelijkse fotostrips in Het Parool en zijn autobiografische fotoromans. Afgezien van een opvallende cover, waarop een gespierd torso met druipende vanillevla afgebeeld staat, liet Driessen de foto’s bij zijn nieuwe boek bewust achterwege. “Met beeld zou dit verhaal toch een hele andere lading krijgen.”
In Vanilla schrijft Driessen over Jip, een jongen die na een onverwachte relatiebreuk naar Amsterdam verhuist. Driessen zette dezelfde stap vijftien jaar geleden, op zoek naar vrijheid in de hoofdstad. “Toen ik uit Utrecht vertrok, waren er daar misschien twee gaybars. Amsterdam stond daar al veel verder in. Het is de plek waar veel Nederlandse gays vroeg of laat terechtkomen. De sfeer is er meer open-minded.”
Een nieuwe stad biedt Jip de kans om van zijn ‘vanilla’ (saaie seks) reputatie af te komen. Nadat hij een mysterieuze figuur ontmoet, krijgt hij van hem een opmerkelijk voorstel: twaalf seksdates met vreemden zouden hem van zijn liefdesverdriet afhelpen. Jip start een zoektocht om los te breken van zijn eigen verwachtingen en die van de buitenwereld.
Vanilla is je debuutroman. Was er een specifieke aanleiding voor het boek?
“Het thema zat al een tijdje in mijn hoofd. Ik wilde graag schrijven over de wereld van de Grindrdates. Er is nog maar weinig over geschreven, terwijl ik het interessanter vind dan bijvoorbeeld de coming-out.”
Gaat het in de literatuur te vaak over uit de kast komen?
“‘Te vaak’ zou ik niet zeggen. Coming-out is een legitiem thema, maar de nadruk ligt er wel heel erg op. Het lijkt soms een beetje alsof er na een coming-out geen worstelingen meer zijn. Ook na een coming-out blijft het leven van veel gays anders dan dat van de gemiddelde hetero.”
Denk je dat het liefdesleven van heteroseksuelen en homoseksuelen fundamenteel van elkaar verschilt?
“Dat denk ik wel. Ten eerste heeft het te maken met de zorg voor kinderen. Die spelen een minder grote rol in relaties van mensen met hetzelfde geslacht. Natuurlijk zijn er wel mensen die een gezin stichten, maar dat zijn er veel minder. Daarnaast kunnen homoseksuele en lesbische stellen in zekere zin veiliger seks hebben. Dat geeft meer vrijheid.”
Interessanter dan een coming-out.
In het boek worstelt Jip met de heteromoraal. Hoe ervaar jij de druk van een heteronormatieve maatschappij?
“Ik ervaar die druk van twee kanten. Aan de ene kant is er de neiging om op te gaan in de heteromoraal en de manier waarop hetero’s hun leven lijden, door je bijvoorbeeld zo min mogelijk gay te gedragen. Aan de andere kant is er juist de druk om de flamboyante gay te zijn die helemaal losgaat. Beide kun je voelen: soms tegelijkertijd, soms in verschillende fases van je leven. Daar moet je een beetje een weg in vinden.”
Jip gaat behoorlijk los en gebruikt drugs tijdens de seks. Wil je daarmee een taboe doorbreken?
“Niet per se. Het gebeurt gewoon heel veel, dus waarom zou je er dan niet over schrijven? Het boek is geen oproep voor mensen om dat uit te proberen, maar ook geen ontmoediging.”
Voordat Jip op seksdate gaat, worstelt hij met het gevoel dat hij iets verkeerds doet. Heb jij weleens het gevoel gehad dat je iets deed wat ‘niet mag’?
“Als je al vroeg weet dat je gay bent, zoals ik, zorgt dat ervoor dat je opgroeit met het idee dat je afwijkt, en met het idee dat je dingen wil die eigenlijk niet mogen. Als je dat gevoel jarenlang met je meedraagt, is het heel moeilijk om dat van je af te schudden. Zelfs als jij en je omgeving het al lang geaccepteerd hebben, kan die reflex nog steeds in je zitten.”
Heb je daar nog steeds weleens last van?
“Ja, zelfs na al die jaren. Soms kan dat gevoel ineens de kop opsteken. Maar net zoals Jip in het boek, kan ik mezelf op dat soort momenten wel tot orde roepen.”